
Sloppenwijken
kunnen er van afstand pitoresk uitzien, maar waag je er niet in.
Voor de gecekundus in Ankara geldt het omgekeerde. Van de citadel af gezien
bestaat Altindag uit op elkaar gestapelde bouwsels van resthout en verroeste
golfplaten; daar tussenin lawines van huisvuil. Ga er niet rondlopen zeggen
de jongens die me hun lunch van kip en baklava aanbieden. Ze vermoorden je er
voor minder dan je camera.
De waarschuwing negerend, daal ik de citadel af om, via het busstation, Altindag,
de ‘Gouden Berg’, te beklimmen. Meteen komen er groepen kinderen
op me af om te poseren voor een foto, waarna ze erop staan om hun wijk te laten
zien. Mooier of schoner ziet het er van dichtbij niet uit, maar ik merk dat
er grote sociale controle is. De mensen die hier wonen zijn uit de dorpen van
Anatolie hun geluk komen beproeven in de grote stad. De nieuwe wetten van na
de revolutie van Ataturk bepaalden dat wie ‘een huis in een nacht bouwde’,
zijn recht kon laten gelden op het stukje grond. Gecekondu betekent dan ook
letterlijk :’huizen gebouwd in een nacht’. Altindag was een van
de eerste van deze barakkendorpen.
Zo vies als het op straat is, zo keurig is het in het huisje waar ik uitgenodigd
word voor een glaasje thee. En hoewel de bewoners trots zijn op hun onderkomen,
is
deze berg een tussenstation. Ieders droom is om het platteland voorgoed achter
zich te laten.
In hoog tempo verrijzen in heel Turkije de flats; altijd geschildert in het
geel, groen of roze, en heel soms lichtblauw. Dat is het gedroomde eindpunt
voor wie zijn plaats heeft kunnen bemachtigen in de stad. De gecekondu op de
naastgelegen heuvel is al gesloopt om plaats te maken voor hoogbouw.
Hoe lang houdt ‘de gouden berg’ nog stand?
